Asset Allocatie bepaalt 90% van uw rendement

In asset allocatie deel 1 zijn we globaal op dit onderwerp ingegaan. Uit onderzoek blijkt dat maar weinig particulieren aan asset allocatie doen. De meeste vermogensbeheerders doen dit wel.

We gaan in dit blog dieper op de materie in. Daarnaast vertellen we meer over juiste rendement en risico verhouding bij vermogensbeheer.

Wat is uw favoriete opstelling?

Bij de verdeling van verschillende instrumenten in uw portefeuille zou u uw portefeuille eens moeten vergelijken met een voetbalelftal waar u de coach van bent.

Zoals op het voetbalveld moet uw portefeuille voor een stabiel resultaat, op elke linie bezet zijn. Daarnaast wilt u graag als coach de mogelijkheid hebben om u aan de tegenstander aan te passen. De tegenstander is het risico van rente, inflatie en de economie.

Hoe u dat doet is aan u of uw vermogensbeheerder. Zo is Italië altijd succesvol geweest met het verdedigende ‘catenaccio’ en moet Nederland altijd aantrekkelijk aanvallend voetbal spelen. Uiteindelijk is het resultaat alles bepalend.

Beleggers gaan over het algemeen uit van de theorie van Harry Markowitz, de moderne portefeuille theorie. Deze theorie streeft een optimale verdeling tussen risico en rendement na.

De moderne portefeuille theorie: Zo hoog mogelijk rendement met het laagste risico

Bent u, of is uw vermogensbeheerder actief?

In de strategische asset allocatie zal u niet heel actief zijn. U kunt zelf of samen met uw vermogensbeheerder wat aanpassingen verrichten, wellicht wat meer obligaties naarmate uw pensioenleeftijd in zicht is, maar verder blijft alles keurig binnen de bandbreedtes.

Bij tactische asset allocatie ligt dit anders. Hier gaat u namelijk specifiek kijken in welke aandelen u gaat beleggen. Ik kan me voorstellen dat als de economie aantrekt u liever grondstoffen en andere vroeg cyclische aandelen opstelt.

Uit recent onderzoek door state street global advisors blijkt dat steeds meer beleggers toegang willen hebben tot specifieke grondstoffen en opkomende markten om te profiteren van een aantrekkende economie. 52% van de beleggers gebruikt hier ETF’s (trackers) voor.

De economie draait op volle toeren

Wanneer het echt weer goed gaat, kijkt u weer wat meer naar bouwbedrijven. In tijden dat alles wat onzeker is doen voedingsbedrijven het over algemeen wat beter. Zo was Unilever vorig jaar samen met Shell het enige aandeel dat positief het jaar uit ging.

Verhouding tussen beleggingscategorieën

Het wordt iets technischer en ik neem het u niet kwalijk als u hier afhaakt en u een specialist inschakelt voor nadere uitleg.

In het vorige deel van asset allocatie gaf ik al aan dat een goed aandelenjaar een slecht obligatiejaar kan zijn en vice versa. Dit hoeft uiteraard niet. Is dit wel het geval dan zouden we spreken van een perfecte negatieve correlatie. Aangeduid als -1. De correlatie is +1 als hij perfect positief is en -1 perfect negatief.

Als dus beide categorieën jaar in jaar uit met elkaar meegaan zou dit + 1 zijn! Dit komt in de praktijk niet voor omdat het zou betekenen een daling van de ene categorie wordt opgevangen door een stijging in de andere. Heeft u echter uw aandelenverlies van 2008 goedgemaakt met uw obligaties?

Ik denk het niet, maar er is een zekere dempende werking vanuit gegaan.

De centrale gedachte is dat slechte jaren in een bepaalde beleggingscategorie opgevangen worden door een andere categorie. Het uiterste zal u op deze basis niet halen, uw portefeuille is echter beter voorbereid op schokken. Niet te greedy worden dus.

Zoals bij alle theorieën zijn er ook bij deze voor- en tegenstanders. U kunt het beste bepalen waar u zich het meest comfortabel bij voelt. Laat u zich in ieder geval goed informeren en ga niet op ‘mooie verkooppraatjes’ af!